Aan de slag als zelfstandige ondernemer.


 

Nederland telt 900.000 zelfstandigen zonder personeel (zzp'ers) en dat aantal blijft stijgen. Met de afname van vaste banen gaan meer mensen als zelfstandige aan de slag. Het AD vertelt waar je op moet letten als beginnende éénpitter?

Ondernemer worden kan vrijwel iedereen. Je maakt een afspraak bij de Kamer van Koophandel, gaat langs en 15 minuten later sta je weer buiten met je btw-nummer in de hand. Ondernemer zijn is een heel ander verhaal. Bij het runnen van je eenmanszaak komt namelijk heel wat kijken. Helemaal als je net begint.

1. Ben je ook voor de Belastingdienst een 'echte' ondernemer?

Dat jij jezelf als freelancer of zzp'er ziet, betekent nog niet dat de Belastingdienst dat ook doet. En dat is wel belangrijk, want je krijgt als zelfstandige een hoop fiscale voordelen. Om te beoordelen of sprake is van een onderneming, hanteert de Belastingdienst een aantal criteria. Zo kijkt de fiscus naar de winst van je bedrijf. Als je structureel verlies lijdt of alleen weinig winst maakt, kan de Belastingdienst oordelen dat het echte ondernemerschap ontbreekt.

Ook neemt de dienst de mate van zelfstandigheid onder de loep. Als anderen bepalen hoe jij je werkzaamheden uitvoert, ontbreekt de zelfstandigheid en is er volgens de Belastingdienst geen sprake van een onderneming.

Daarnaast wordt gelet op het aantal opdrachtgevers. Als je bijvoorbeeld over een heel jaar maar één klant hebt, dan kan de Belastingdienst dat beschouwen als loondienst. Omdat duidelijke regels hierover ontbreken, wordt vaak aangeraden om minimaal drie opdrachtgevers te hebben. Daarvan mag je maximaal 70 procent van je werkbare uren aan je grootste klant besteden. De rest van je tijd dien je te werken voor je overige klanten.

Controleren of je als ondernemer aan de eisen voldoet, doe je met de Ondernemerscheck van de Belastingdienst.

2. Zet een fors deel van je inkomsten opzij

Een werknemer in vaste dienst krijgt een netto salaris. Dat betekent dat de werkgever de loonbelasting al heeft ingehouden. Als zzp'er ontvang je je inkomsten bruto. De Belastingdienst heeft nog recht op een deel van dat geld. Reserveer daarom een deel van je inkomen om aan je belastingverplichtingen te kunnen voldoen. In de regel is het advies om een derde van je omzet opzij te zetten. Daarmee zit je veilig en houd je soms nog wat over.

3. Let op alle aftrekmogelijkheden

Wie door de belastingdienst als ondernemer wordt gezien, komt in aanmerking voor de zelfstandigenaftrek van 7.280 euro. Voor wie al AOW ontvangt is dat de helft: 3.640 euro. Hierdoor valt het uiteindelijke bedrag waarover je belasting betaalt aanzienlijk lager uit. Voorwaarde is wel dat je voldoet aan het fiscale urencriterium van de Belastingdienst: 1225 gewerkte uren als ondernemer. Daaronder vallen ook niet-productieve uren, zoals tijd die je besteedt aan administratie of netwerken. Houd dus altijd een urenregistratie van je onderneming bij.

Als beginnende ondernemer kan je ook aanspraak maken op startersaftrek. Starters kunnen in de eerste vijf jaar van hun onderneming maximaal drie keer een bedrag van 2.123 euro (bij AOW-leeftijd 1.061 euro) aftrekken van de bedrijfswinst (dat is de omzet min de kosten). Voorwaarden zijn wel dat je recht hebt op zelfstandigenaftrek, je in de voorafgaande vijf jaren niet meer dan twee keer zelfstandigenaftrek hebt gebruikt en je in diezelfde periode minimaal één jaar geen ondernemer was.

Vraag een boekhouder of belastingadviseur naar de overige fiscale kortingen waarmee jij als startende zzp'er je voordeel kan doen. Voor meer informatie en een overzicht van aftrekposten voor zelfstandigen kun je terecht op belastingdienst.nl.


4. Houd je administratie goed bij

Als zelfstandige moet je regelmatig belastingaangifte doen. Daarom is het belangrijk dat je een goede administratie bijhoudt. Daartoe ben je bij wet verplicht. Je moet je administratie zelfs 7 jaar lang bewaren.

Een goede administratie geeft inzicht in de kosten en inkomsten van je onderneming. Daarvoor moet je de facturen die je uitschrijft en betaalt bijhouden. Ook je agenda, kassabonnen, contracten etcetera moet je bewaren. Wil je bijvoorbeeld de kosten van die nieuwe laptop opvoeren, dan moet je een aankoopbewijs laten zien.

Als je zelf geen talent hebt voor administratie, kan het verstandig zijn een boekhouder in de arm te nemen. Hij of zij kan je vertellen welke kosten je wel of niet mag opvoeren en voor welke aftrekposten je in aanmerking komt. Dat is zeker aan te raden wanneer je als zelfstandige voor de eerste keer aangifte doet.

Een boekhouder brengt natuurlijk wel kosten met zich mee. Veel boekhouders rekenen een uurtarief. Wie dus zelf al een basisadministratie aanlegt en daarmee zijn boekhouder minder werk bezorgt, is vaak goedkoper uit. Zo'n basisadministratie maak je zelf in een Excelbestand. Ook kun je kiezen voor online en mobiel boekhouden. Enkele voorbeelden daarvan zijn Gekko en Moneybird.

5. Verzekeren is duur maar verstandig

Slechts 1 op de 4 Nederlandse zelfstandigen heeft een arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) afgesloten, blijkt uit onderzoek van CPB. Veel zzp'ers vinden een verzekering te duur. Vooral onder starters ligt de verzekeringsgraad laag.

Toch ben je vaak duurder uit als je een ongeluk of ziekte krijgt. Als jij niets kan, ligt ook je onderneming stil. En dat voel je in je portemonnee, zeker als je geen financiële buffer hebt. Daarom is het goed om te weten dat je als zelfstandig ondernemer de AOV-premie van je inkomstenbelasting mag aftrekken (in box 1). Daardoor valt de premie in de meeste gevallen al een stuk lager uit.

Er zijn ook alternatieven voor een AOV. Zo kun je je aansluiten bij een broodfonds. Dat is een financieel vangnet voor en door ondernemers gebaseerd op schenking. De deelnemende leden (minimaal 20, maximaal 50) storten elke maand een vast bedrag op een gezamenlijke broodfondsrekening. Als een lid onverhoopt langdurig ziek wordt, ontvangt hij of zij elke maand schenkingen van de andere groepsleden.

 

Nederland telt inmiddels ruim tweehonderd broodfondsen. Vrijwel allemaal kennen ze een eigen risico van een maand. Beroep doen op het fonds bij een griepje kan dus niet. De ervaring leert dat zieke leden vaak snel weer aan de slag gaan. Voor deelnamevoorwaarden en meer informatie over broodfondsen bij jou in de buurt bezoek je broodfonds.nl.


Auteur: Kaj van Arkel